Vandaag, een zondag, is voorlopig de laatste hele dag in Rio de Janeiro. Aan het eind komen wij nog even terug. Het voorlopige oordeel over deze wereldstad is dat het planologisch gezien een unieke stad is, met zijn wereldberoemde stadsstranden en hoge rotsen die de baaien bewaken, maar die uniekheid straalt niet erg door in de rest van zijn opzet. Begrijp mij niet verkeerd, wij hebben ons vermaakt, maar zijn niet steil achterovergeslagen door de schoonheid van de stad. Overigens is het vandaag ook de dag van de WK-wedstrijd Brazilië tegen Noorwegen, dat geeft een speciaal tintje.
Gisteren laat op de avond liepen wij nog wat te struinen en troffen een klein marktje op de Copacabana. In huishoudplastic gehulde marktkraampjes verkochten vooral shirts van het nationale elftal, volledig authentiek natuurlijk. Om op de wedstrijddag een beetje goed voor de dag te komen, kochten Jesper en ik een wedstrijdshirt. Hij van de huidige jaargang met de naam Neymar, uittenue, en ik, nostalgisch als ik ben, een Umbro-variant uit 1994 met de naam Romário. Wij kunnen morgen meejuichen, hopen wij.
De zondag was als gezegd weggezet voor de bekende trappen van Rio, Escadaria Selarón. Aangezien dit in het oude centrum ligt, plakken wij dit daar aan vast. Hierbij een citaat van Wikipedia:
"De trappen zijn door de Chileense kunstenaar Jorge Selarón bedekt met een mozaïek van gekleurde tegels en zijn volgens hem "een ode aan het Braziliaanse volk". Het huis van Selarón lag direct langs de trappen en hij begon in 1990 met zijn levenswerk, tot aan zijn dood zou hij aan dit project blijven werken. In eerste instantie gebruikte Selarón restmaterialen en overblijfselen die hij in de straten van Rio kon vinden. Later kreeg hij vele tegels gedoneerd van bezoekers van over de gehele wereld. Een veelvuldig terugkerend motief op de door hem met de hand beschilderde tegels is een zwangere Afrikaanse vrouw. Hier heeft hij nooit echt een verklaring voor gegeven, behalve dat het te maken had met een "persoonlijk probleem uit het verleden"."
Bij aankomst was de populariteit erg duidelijk zichtbaar. Een horde aan mensen maakte selfies op de traptreden. Sommige erg beïnvloed door de vele influencers van de socials. Wij konden niet achterblijven en namen een paar leuke selfies. De staat van de trappen viel mij overigens een beetje tegen. De toeristen en Brazilianen zijn niet erg zuinig en trots op deze parel in deze wijk.

Als je verder door de wijk struint, is het achterstallig onderhoud en verval van de buurt duidelijk zichtbaar. Op een of andere manier word ik hier altijd wat melancholisch van. Want hoe kunnen landen — ik zie het helaas te vaak — zo omspringen met hun leefomgeving? In de buurt van de trappen liggen ook de Arcos da Lapa, grote bogen in een lange rij. Dit wordt gezien als het grootste bouwwerk uit de koloniale tijd. Een mooie foto waard.
Bij het verder door deze wijk struinen en het volgen van de Rio-route, worden wij omhuld door een onheimlijk gevoel. De buurt, de sfeer en wat we voor de rest op het netvlies gedrukt krijgen, doen ons verlangen naar andere oorden. Er wordt besloten om een Uber te pakken naar een hippiemarkt in de wijk Ipanema.
De superluxe Uber staat snel voor onze neus en na een aardig ritje arriveren wij op een plein waar inderdaad, in soms ietwat onlogische volgorde, kramen opgesteld staan. Hier vinden wij ook weer de shirtjes, maar ook meer koopwaar, veelal van meer artistieke origine. Onze big spender koopt een beeldje van The Joker.
Als er even een pitstop is geweest voor de trek en dorst, zoeken wij ook hier het strand op. Het bekendste strand na Copacabana. De wedstrijd leeft hier al aardig als wij vele passanten treffen in kanariegele shirtjes. Is het niet geel, dan prijkt er wel een CBF-logo op de borst; het leeft, dat is te zien.
De golven zijn op dit strand iets heftiger dan aan de Copa. Hierdoor is er waarschijnlijk ook een heuse surfwedstrijd aan de gang. Karsten en ik beklimmen een rots aan het einde van de baai en de rest beoordeelt de wedstrijd. Ieder zijn ding. Op de rots worden wij omringd door cactussen, en met cactussen bedoel ik ook véél cactussen. Ik heb nog nooit zo'n partij bij elkaar gezien.
Het blijkt van dit punt niet meer ver te lopen naar ons hotel. De benenwagen is gratis en daarom strekken wij de benen. Het is daarbij grappig om te vermelden dat op de zondagen delen van de weg worden afgezet langs het strand voor autoverkeer. Het 'zien en gezien worden'-gevoel van dag 1 wordt hiermee nog verder vergroot.
In het hotel kleden wij ons om voor het hoofdprogramma van de dag: de wedstrijd. Jesper is zelfs zo zenuwachtig dat hij graag op tijd een plekje wil bezetten voor het aanschouwen van de wedstrijd. Als wij dan uiteindelijk aankomen, blijken wij toch iets te laat. Het is al behoorlijk druk. In een straat wordt de spanning al opgepompt met opzwepende drumbeats en gefluit. Wat nou Links/Rechts.
Met wat charme en overtuigingskracht vinden wij toch een stekje bij Boteco Bohemen. Letterlijk schouder aan schouder is het etablissement afgeladen met Brazilianen. De spanning is voelbaar. Er lopen obers rond met tapasgerechten die je kunt afnemen of niet. Omdat niet elk gerecht even duidelijk is en het niveau van het Engels en het taalbegrip laag zijn, bestellen wij enkele definieerbare gerechten. De obers verstaan hun werk goed, dus als ik dan aangeef dat mijn bierglas te klein is, vult hij het grootste glas wat hij kan vinden. Het is haast een workout om dit leeg te drinken. Zeker in het begin.
De aanvang van de wedstrijd, als altijd omlijst met de volksliederen, wordt luidkeels meegezongen door enkele aanwezige gasten. Die passie zie ik maar zelden bij de Oranje-aanhang. De wedstrijd was een rollercoaster. Het begon met een buitenspeldoelpunt van de tegenstander, een gemiste penalty van de kanaries, kansen over en weer en dan Haaland. Helaas voor de goddelijke kanaries.
De rekeningen worden snel betaald om ons heen en ook wij voldoen onze schuld. Wederom doet de creditcard van Ingrid het niet, dus moet ik betalen. Bij buitenkomst wordt er toch nog een klein feestje gevierd in de straat aangrenzend aan de tent waar wij uitkomen. Toch druipt een deel ook af, zo ook wij.
Morgen gaan wij verhuizen en laten wij de stad achter ons. Op naar strand, rust en de zee van Ilha Grande. Als gezegd verlaat ik de stad Rio de Janeiro met gemengde gevoelens. Mooie plekken ontdekt, maar ook de echte staat van Brazilië gezien. Rijkdom naast verval en armoede. Er is nog veel te ontdekken. Wij zijn er nog niet.