Het eerste echte buitenland waar ik twee weken aaneengesloten mijn voeten de bodem liet raken, was Spanje. Na korte tripjes naar België en een lange busrit via Frankrijk, vertoefde ik voor de eerste keer in het buitenland. Terugkijkend werd die eerste keer een iconische vakantie, maar op het moment van de vakantie zelf stonden wij er iets anders in. Wij waren in die tijd de familie Lequin en familie Spekkels, onze bevriende buren. Met de bus, Van Nood, vanaf Amsterdam Centraal taaiden wij af naar het zonnige zuiden. De gezonde spanning van deze eerste reis was goed voelbaar in mijn lijf. De precieze bestemming was Malgrat de Mar, Appartementen Piscis.
Na de lange rit werden wij afgezet op de boulevard van de kustplaats. Schuchter en verbaasd werd de omgeving afgezocht naar een receptie of loket. Deze was bij dit appartement niet aanwezig. Een dame kwam aanlopen en overhandigde ons de sleutels. Misschien nu allemaal niet meer zo vreemd in de tijd van Airbnb en Booking, maar eind jaren tachtig van de vorige eeuw nog een zeldzaamheid. Dat het appartement gesitueerd was in een privéappartementencomplex (niet helemaal duidelijk vanuit de papieren brochure) mocht de pret niet drukken. De opzet was ruim en ietwat minimalistisch ingericht. Ons gezelschap bestond uit 7 personen, maar voor de beeldvorming: er waren geen 7 eetstoelen. Dit werkte door in het keukengerei en andere facilitaire benodigdheden. Het gemis van een receptie werd nu wel gevoeld als een problematische onvolkomenheid. Dankzij de creatieve instelling van beide gezinnen hebben wij er nog een hele leuke vakantie van gemaakt. Er werden contacten gelegd met de inheemse bevolking, die ook appartementen bewoonde in dit complex. Ik hield er zelf twee penvrienden aan over. Uiteindelijk werd er, door het geklaag van beide families, nog een financiële tegemoetkoming voor de belabberde huisvesting bedongen. Al met al een goedkope vakantie.
Familie
Spanje werd in navolging van deze 'horrorvakantie' meerdere malen bezocht door hetzelfde gezelschap. In de daaropvolgende jaren trokken wij naar Blanes en Cala d'Or op Mallorca. In Blanes verbleven wij in Hotel-Appartementen Europa. Een verademing ten opzichte van ons verblijf het jaar daarvoor. De reis naar Mallorca betekende dat wij voor het eerst gingen vliegen. Dat verliep ook niet geheel volgens schema. De vroege ochtendvlucht met Martinair zou rond 6 uur vertrekken. De cockpitneus stond in het verlengde van de startbaan, maar de motoren weigerden dienst; ze kwamen niet op toeren. Op Teletekst, in 1990 het enige middel om aankomst en vertrek te kunnen bewaken, stonden wij reeds gemeld als vertrokken. Helaas stond het vliegtuig een klein halfuurtje later weer aan de gate gekoppeld. Uiteindelijk werd er om 3 uur in de middag door de wolken een weg naar Mallorca gezocht.
In 1992, na mijn havo-examen, reisde ik met vrienden naar het Canarische eiland Lanzarote. Genietend van de vrijheid en het heerlijke klimaat op Lanzarote ben ik daar voor het eerst echt bruin geworden. De gedachte aan de lange wandeling naar het postkantoor om een paar schamele peseta's te bemachtigen, is een rare, opkomende herinnering. Zeker gezien het feit dat geld halen later een simpelere bezigheid is geworden. Je struikelt in menig badplaats nu over de geldverstrekkende automaten. Het jaar daarop werd het eiland Ibiza aangedaan door het gezin plus mijn toenmalige vriendin. Het eiland was toen vooral in de greep van het opkomende housemuziekgeweld en werd vooral bezocht door de vrije geesten op het seksuele vlak. Een beetje een rare bewoording in combinatie met ons bezoek, want vrij van geest ben ik nooit geweest. De plaats van overnachting betrof Playa d'en Bossa.
Later in de jaren negentig ben ik nog tweemaal naar de Costa teruggekeerd, wederom met de bus, naar Malgrat de Mar en Calella. Dit met vriendin en later studievriend.
Voetbal
Het duurde toen een aantal jaren voor ik terugkeerde op Spaanse grond. Mede door nieuw reisbloed voor de wijdere wereld, werd Spanje bij de keuze voor de bestemming even overgeslagen. In 2004 en 2005 reisde ik af met mijn vrouw naar Tenerife en Gran Canaria. De financiële middelen werden ergens anders voor ingezet, bijvoorbeeld de aankoop van ons huis, waardoor wij de kosten voor een andersoortige vakantie niet voorhanden hadden. Tenerife vind ik qua opzet en omgeving verreweg het mooiste eiland in deze eilandengroep (die ik bezocht heb). Het is wel raadzaam om goed te kijken aan welke zijde van het eiland je vertoeft; de weersinvloeden zijn nogal merkbaar.
Daarna wordt de tijdlijn met Spanje even iets waziger. Als ik het goed heb, kom ik pas in 2017 terug in dit land en met een geheel ander gezelschap: het veteranenvoetbalteam. In de nazomer bezochten wij plekken als Platja d'Aro, Tossa de Mar, Salou, Calpe en Mallorca. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de omgeving tijdens die reizen ondergeschikt was aan de speelkaarten en het goudgele gerstennat.
Steden
In de loop der jaren heb ik al een aantal steden bezocht in Spanje. Barcelona is daarbij het meest bezocht. Het is een mooie, vriendelijke stad, die als voetballiefhebber voornamelijk tot de verbeelding spreekt vanwege het Barcelona-stadion. Eenmalig heb ik een wedstrijd bezocht, in de nadagen van de trainerscarrière van Ronald Koeman. Andere steden zijn Valencia en Madrid. Vooral die laatste stad heeft mij versteld doen staan. Ik was reeds gewaarschuwd, maar het is voor mij de mooiste stad in Spanje en misschien wel meer. Het zit hem in de kleine details. Voornamelijk de eetcultuur in Madrid. Genoeg gezellige restaurants met een legio aan specialiteiten. De hele dag door kan je de mond vullen en genieten van wat er aangeboden wordt. Het centrum is daarnaast lekker compact en voorzien van architectonische hoogstandjes op elke hoek. Het winkelbestand is dermate goed op niveau, dat ook lekker struinen door de winkelstraat gewoon leuk is. Sta je dus in dubio welke stad je wilt aandoen in Spanje, dan schreeuw ik: "Madrid". Kies je jaargetijde wijs: zomer te heet en winter te koud.
Spanje is een toeristisch land met verschillende gezichten. De cultuur is benaderbaar en er is geen Hollander die niet een paar woordjes Spaans kan herhalen. Is het land niet te toeristisch? Voor sommige mensen zal dat zeker zo zijn, maar toerisme is voor vele landen een behoorlijke melkkoe geworden. De middenstand en horeca in grote steden en plaatsen leven van de anderstaligen die hun etablissement komen bezoeken. Dat een lokale ondernemer dan zo af en toe de toeristische prullaria uitbuit, dien je als bezoeker dan maar voor lief te nemen. Als je goed zoekt, vind je overal vast nog een authentiek plaatsje of plekje. Je moet alleen je ogen goed openhouden.